Arrestatie- & observatieteams in het analoge tijdperk

(Met dank aan het FMC)

 

Met de komst van digitale verbindingen met encryptie (C2000) is ook voor de speciale opsporingsdiensten het analoge verbindings-tijdperk afgesloten. Meeluisteren is tegenwoordig vrijwel onmogelijk. Tijd om nog eens terug te kijken en te luisteren hoe speciale teams in het verleden communiceerden. Wat voor veel scannerluisteraars een geheim bleef wordt in onderstaande beschrijving onthuld. De reden voor de overgang naar het niet afluisterbare C2000 zal hierdoor voor iedereen een stuk duidelijker worden. Contra-observatie van toevallige meeluisteraars is niet meer mogelijk. Bijna alle diensten hebben in de analoge tijd dusdanig gecommuniceerd dat een zeer geoefende luisteraar behoorlijk op de hoogte kon zijn van allerlei recherche-, observatie- en undercoveracties. Van de losgeld overdracht in de ontvoeringszaak van Heineken tot het oprollen van het vermeende Octopus syndicaat. Het was natuurlijk wel een kwestie van heel veel puzzelen en verbanden leggen, een echt cryptogram...

Arrestatieteams

De arrestatieteams van de Gemeente- en Rijkspolitie maakten van 1978 tot 1994 gebruik van enkele simplex frequenties in de 80 MHz band. Dit waren 77.825, 77.875, 86.225 en 86.275 MHz voor het landelijk gebruik. Op deze frequenties werd vrijwel altijd met BBC 1100 of Vericrypt gewerkt, maar die liet het wel eens afweten of stond er een cryptocode verkeerd en je kon de actie gedeeltelijk in klare taal meeluisteren. De teams werkten meestal op één vaste frequentie op één van de landelijke kanalen. Dit had tot gevolg dat men een ander team kon tegenkomen bij regio overschrijdende acties. Natuurlijk werkte dat andere team met een andere cryptocode en schakelde men even over op klare taal om af te spreken op welke frequentie men verderging. Voor de z.g.n. close combat acties werd gebruik gemaakt van portofoons op de PVD kanalen in de 154 en 172 MHz band. Deze communicatie was in de beginjaren niet versluierd, simpelweg omdat er nog  geen handzame cryptosets op de markt waren. Eind jaren tachtig veranderde dit bij de meeste teams en begon men ook op deze frequenties met digitale versluiering te werken.

Na de parlementaire enquêtecommissie 'Opsporingsmethoden' en het rapport met aanbevelingen van de 'commissie van Traa' veranderde ook het frequentie-gebruik. Vanaf medio 1995 tot eind 2006 maakte men gebruik van de z.g.n. 'Schengen' kanalen in de 80 MHz band in combinatie met DVP spraakversluiering.

Een voertuig van Arrestatieteam West II van de RP, de 53.31 roept hier via het Peter kanaal. Let op alle bijgeluiden, zoals de snelheid waarmee gereden wordt, synchronisatiepiep en het holle geluid vanwege de carkit in het voertuig.

AT Utrecht heeft de crypto even uitgezet en is op zoek naar een vuurwapengevaarlijke verdachte.

Observatieteams

Om de bewegingen en handelingen van een verdachte onopvallend te kunnen vaststellen gebruikten de observatieteams vaak een aantal mobiele posten en soms ook een vaste post. Voor de communicatie werd sinds de oprichting van de eerste teams in 1978 gebruik gemaakt van dezelfde middelen als de arrestatieteams. De vaste repeater frequentie van het IRT in de tijd voor de commissie van Traa was 86.2875 MHz en daarna (inmiddels IRT Noord- en Midden) 85.0625 MHz. Op deze frequenties werd  altijd met Crypto gewerkt, maar die liet het wel eens afweten of stond er een code verkeerd en je kon de actie weer een tijdje in klare taal meeluisteren. De communicatie van deze teams was veel intensiever dan de arrestatieteams, dus was het meestal een observatieteam wat hoorbaar was op deze frequenties.

 

Ook de regionale observatieteams waren "op de voetjes" goed te volgen op de kanalen in de 154 en 172 MHz vanwege het ontbreken van spraakversluiering.
Dat je deze gesprekken misschien nooit gehoord hebt komt door het geringe vermogen van deze portofoons. Een sectie kwam bijvoorbeeld met enkele volgauto's achter een verdachte aanrijden met gebruik van kan 816 (77.825 MHz) en schakelde dan voor een uur over op 172.370 om de verdachte op de voetjes te volgen. Soms hoorde je ook tijden niets en leek het alsof de actie afgeblazen was, niets was minder waar want dan werd via de autotelefoon druk overlegd met "het dak", een uitdrukking voor de leiding op het hoofdbureau. In die tijd werden met name ATF2 en later ATF3 intensief gebruikt en konden goed meegeluisterd worden. Al gebruikte men hier later af en toe wel een "kachel" op (crypto encoder). Als je een geoefende luisteraar was en alle in de regio in gebruik zijnde frequenties op de onderband afscande was de kans op een hit erg hoog. Met de komst van GSM behoorde dit natuurlijk tot het verleden.
Luister maar eens naar de fragmenten hiernaast.

 

Niet alle observatievoertuigen hadden in die tijd een autotelefoon. Er werd er door de verschillende teams vrijwel dagelijks gebruik gemaakt van het "Alex" en "Peter" netwerk. Bij het onopvallend volgen van een verdachte gebeurde het regelmatig dat een deel van het team het zicht op de verdachte verloor vanwege de verkeersdrukte. Het voertuig dat nog wel achter de verdachte zat gaf de locatie in code door via het landelijke Peter netwerk.

 

Ook de Politie Dienst Luchtvaart (PLD) werd voor observatie doeleinden ingezet en communiceerde dan over één van de 4 landelijke kanalen in de 80 MHz met de volgploegen op de grond. Door de crypto heen waren soms ook enkele woorden te herkennen.

 

De (geheime) aanbevelingen van de commissie van Traa hebben er toe geleid dat medio 1995 het hele frequentiebeleid werd omgegooid en BBC 1100 en Vericrypt van het toneel verdwenen om plaats te maken voor tientallen frequenties in de 74-76 MHz, 84-86 MHz, 440-444 MHz en de 448-450 MHz. Er werd er vanaf dat moment alleen maar gecommuniceerd met DVP, waardoor het puzzelen wat er gezegd werd niet meer mogelijk was. De GSM werd de vervanger van ATF2 en ATF3. Via eigen inbelservers werd het bovendien mogelijk om telefonisch te vergaderen waarmee een heel team via een open GSM verbinding met elkaar kon communiceren, de zgn. babbelbox.

 

De komst van de regiopolitie - en later de landelijke politie - als opvolger van de Gemeente- en Rijkspolitie, heeft er toe geleid dat er veel meer verschillende observatieteams werden geformeerd en er dus ook een veelvoud aan frequenties nodig was. De IRT's werden vervangen door Kernteams.
Tegenwoordig word door de voortschrijding van de techniek steeds minder gebruik gemaakt van het observatiemiddel. Criminelen zijn soms makkelijker te volgen via hun door de overheid gekraakte crypto-smartphones.

OT Amsterdam volgt een verdachte en is even het zicht op hem kwijt, dit gesprek was te volgen op 172.370 MHz.

Een test van de verbindingen op de observatiemotor, 172.410 MHz in dit geval.

Een observatierechercheur van GOW II voert een gesprek via ATF2 en houdt gelijktijdig de mobilofoon in de gaten.

Een observant belt met het dak, via een open lijn (ATF) zonder "kachel" over de verkeerd gecoördineerde actie met het technische ondersteuningsteam.

Observatierechercheur Hans van OT Amsterdam, overlegt over een zaak via ATF2 en besluit de "kachel" erop te zetten wanneer iemand naar hem kijkt.

Een PLD heli zoekt contact tijdens een observatieactie met gebruik van crypto-apparatuur, probeer maar eens e.e.a. te verstaan... "Goedenavond Hans en Rob..."

In 1985 vond een inbraak plaats bij een geheim onderkomen van de Rijkspolitie. Een deel van het buitgemaakte materiaal - waaronder gevoelige info zoals privé-adressen en auto's van observanten - kwam terecht bij actiegroepen en radio Stad Amsterdam. Als resultaat verscheen enige tijd later het boekwerkje "Speuren bij de bespieders"

De BVD

In de tijd dat de AIVD nog BVD heette had men beschikking over enkele frequenties, waaronder de 160.210, 160.250, 160.350 en de 160.410 MHz. Deze frequenties stonden in de diverse frequentielijsten consequent vermeldt als Gemeentelijke Sociale Dienst of Radiocontroledienst. Tot midden jaren tachtig was de BVD communicatie vaak nog in klare taal te ontvangen. Het meeluisteren werd wel moeilijk gemaakt door alle cryptische omschrijvingen. Geheimtaal als: "336 voor 78, even eruit voor 1000, ok 89 heeft dubbel 7, niet in het straatje van het plusje, maar ernaast". Als je er maar vaak genoeg naar luisterde en met een mobiele scanner in de buurt was kon je een aardige indruk krijgen waar men mee bezig was en de codes leren begrijpen. Vanaf de jaren 90 werd de BVD wakker en werd er op de frequenties alleen nog maar met digitale versluiering gewerkt en werd een willekeurige frequentie in de 160 MHz band gebruikt.

De door de BVD gebruikte spraakversluiering was van Philips en door een geoefend luisteraar toch wel uit de ruis te herkennen door de synchronisatie bliepjes. Al kon je er verder niks mee, je wist dat ze in de buurt waren.

De FIOD en Douanerecherche

Het observatieteam van de FIOD zat op de standaard kanalen van de Douane in de 154 MHz. Nu paste men wel een handige truc toe door een kanaal te gebruiken dat niet gebruikt werd door hun geuniformeerde collega's in het betreffende gebied en bovendien werd vaak simplex gewerkt. Tot begin jaren 90 was deze communicatie nog regelmatig op klare taal mee te luisteren. Vanaf ongeveer 1992 werd steeds vaker digitale versluiering op deze frequenties gebruikt. Na de aanbevelingen van de commissie van Traa gebruikte het team alleen nog maar DVP en verschillende kanalen in de 74-76 en 84-86 MHz.

 

Regionale acties werden vaak door de Douane-recherche zelf aangepakt. Zo werkte men vaak op de 149.4625 MHz, maar maakte ook gebruik van de FIOD-techniek door simplex op een vrije onderband of bovenband frequentie te gaan werken. Leuke details waren er destijds te horen, zoals dat men veelvuldig gebruik maakte van scanners om autotelefoon gesprekken op te vangen en men werkte met codes om kentekens aan elkaar door te geven. Stommiteit was dan wel weer dat één van de observatie voertuigen via het reguliere kanaal het kenteken opvroeg bij de Douanepost aan de Leeuwendalersweg en hiermee dus de code vrijwel direct gekraakt was....

 

De Douaneteams hebben nog enige jaren gebruik gemaakt van het Traxys netwerk en ondanks dat dit een publiek netwerk was, waren de heren Douaniers weer redelijk eenvoudig te onderscheiden aangezien elke grote gebruiker een eigen vlootnummer gebruikte bij Traxys. De Douane gebruikte vlootnummer 27 en zat bij specifieke acties ook simplex op 419.875 MHz.

Het observatieteam van de FIOD in actie...

Na verloop van tijd besluit men toch de cryptokoffer
aan te sluiten

De Douanerecherche Amsterdam gebruikte in een observatie-actie een "vogeltje", codetaal voor een scanner, om autotelefoongesprekken van de verdachten mee te kunnen luisteren

De Douanerecherche Amsterdam met gecodeerde kentekens