“Perfect jongens, hier heb ik schik van”

18 april, ‘s ochtends korte tijd na half twaalf. Op de politieradio is een achtervolging gaande in de regio Zeist. Er is een witte Opel gestolen, en er zit een politieauto achteraan. De tocht gaat met hoge snelheid richting Maarsbergen, en de geëmotioneerde agent aan de mobilofoon meldt een levensgevaarlijke tocht met snelheden van ver boven de honderdtwintig kilometer. Hij moet zijn uiterste best doen om de man niet kwijt te raken. Gebruikelijke procedure bij dit soort dingen is dat de agent voortdurend verslag doet van waar hij rijdt. De centralist kan daarbij via zijn beeldscherm op een plattegrond zien, waar de betreffende politiewagen zich bevindt. In toenemend geëmotioneerde bewoordingen doet de achtervolgende agent verslag. Dezelfde emotie is te horen bij de zowel mannelijke als vrouwelijke agenten in de vier tot vijf politiewagens die

ondertussen bij de achtervolging assisteren.

 

Bij Woudenberg loopt de emotie hoog op. Voortdurend maant de centralist de agenten om toch vooral geen onnodige risico’s te nemen, en zichzelf in acht te nemen. In een wijkje bij een rotonde lukt het de dief vervolgens om uit het zicht te verdwijnen, en het drietal wagens die hem onmiddellijk op de hielen zitten van zich af te schudden. Een korte, verloren speurtocht door het wijkje, dat door politiewagens op drie plaatsen voor autoverkeer wordt afgesloten, volgt. Even later duikt de auto op, op de Arnhemseweg richting Amersfoort.

 

Zo rond Leusden-Zuid is de bijna-paniek van de verschillende achtervolgers voelbaar. Voortdurend valt het woord “levensgevaarlijk”, en andermaal maant de centralist meermalen de achtervolgers om het toch vooral rustig aan te doen en op de eigen veiligheid te letten. De emotie bij de achtervolgers neemt nog toe als de auto zich ter hoogte van het viaduct onder de snelweg A28 bevindt. Waarschijnlijk met de naderende bebouwde kom van Amersfoort in gedachten besluit de centralist met spijt in zijn stem om de achtervolging stop te zetten. Hij roept dit meermalen op indringende wijze en enkele achtervolgers herhalen zijn opdracht. Er wordt meteen hierna gemeld dat de witte Opel uit het zicht aan het verdwijnen is. Meteen daarop komt de mededeling dat de KLPD de achtervolging ter ore is gekomen en deze wel wil overnemen. Dit lijkt niet nodig omdat de auto de snelweg inmiddels ruim achter zich heeft gelaten.

 

Er wordt via de telefoon overlegd. Spijt is er in de stemmen van de achtervolgers niet te horen, totdat één van hen meldt dat omstanders hem vertellen dat de auto aldaar het buurtje in is gereden. Hij zegt dat hij de achtervolging onder protest heeft gestaakt. Iemand van de achtervolgers blijkt te weten om wie het voor 99% zeker gaat. Hij heeft de man zittend in de passerende auto herkend. Het is een bekende van de politie, die regelmatig dit soort dingen doet. Er worden twee auto’s gestuurd naar de straat waar de betreffende man zijn huisadres heeft.

 

Het signalement van de bestuurder, een Marokkaans uitziende man met zwart halflang haar, is dan al een keer gepasseerd. Een tijdje daarop wil iemand weten of er in alle commotie wel iemand wel op een kledingsignalement heeft gelet. De man draagt een opvallende suède jas, met opstaand bont, zo wordt gezegd. In de tussentijd wordt een Opel gesignaleerd met een kenteken dat heel veel op het betreffende kenteken lijkt, verwarring. Het is een andere auto.

 

Dan wordt in het Leusderkwartier vlakbij het buurtje waar de man zou zijn ingereden de auto gevonden. Met draaiende motor. De jas ligt erin, zo wordt gezegd. De opluchting is aan de stemmen te horen. Er wordt een wagen gestuurd om de auto mee naar het bureau te vervoeren, en één politiewagen blijft aanwezig om daarop te wachten.

 

Opnieuw zijn er diverse tips van omstanders die de man hebben zien lopen. Hij zou het Pon-lijntje zijn gepasseerd en in de richting van het Centrum rennen. Meteen erop de melding dat mensen hem in de Albert Cuijpstraat hebben zien lopen. Een korte tijd later, om 12.15 komt de melding dat de man is aangehouden, met autoradio onder de arm. Hij is inmiddels geboeid. Het is een andere man dan werd gedacht; zo te horen ook geen onbekende van de politie. Aan zijn geagiteerde toestand blijkt dat hij het zo goed als zeker wel geweest moet zijn. De suède jas met opstaand bont blijkt niet de jas die in de auto ligt, die heeft hij bij zijn aanhouding dus gewoon nog aan.

 

De centralist kan zijn vreugde over het succes, en over zijn achteraf juiste beslissing de levensgevaarlijke achtervolging te staken niet bedwingen. “Perfect jongens, hier heb ik schik van!”, zo hoor ik hem via de mobilofoon uitroepen.

 

Amersfoort was op 18 april 2005 een van de regio’s waar C2000 nog niet was ingevoerd.

Kort daarop was het niet meer mogelijk om via de politiescanner met de politiecommunicatie mee te luisteren.

 

John Piek